Nachtvlucht

Uit de oude (UrselAvia)-doos:

In deze periode ’s nachts vliegen is sneller gezegd dan gedaan. Per avond mogen in Antwerpen slechts twee vliegtuigen tegelijk circuits draaien. Wanneer er dan eindelijk plaats vrij is, mag j’er zeker van zijn dat de wolken te laag hangen of er sneeuwbuien op komst zijn. Maar dan lukt het toch…

In deze periode ’s nachts vliegen is sneller gezegd dan gedaan. Per avond mogen in Antwerpen slechts twee vliegtuigen tegelijk circuits draaien. Wanneer er dan eindelijk plaats vrij is, mag j’er zeker van zijn dat de wolken te laag hangen of er sneeuwbuien op komst zijn. Maar dan lukt het toch.

Over de verlaten tarmac haast ik me naar de vlieger. Buiten en binnen hebben een grondige controlebeurt gehad, kaarten liggen binnen handbereik, twee zaklampen voor het grijpen. De RAV heeft er ook zin in. Bij de eerste tik slaat de motor aan. Het taxiën gaat via bravo naar het holdingpoint van runway 29. Aardsdonker is het daar. Hoewel ik dat traject elke week afrij, zou ik nu toch gelukkiger zijn met wat groene lampjes in het midden of een likje fluoriscerende verf, want die bleke, blauwe champignons aan de zijkant, dat is toch echt het minimum. Achteraf kreeg ik van Daniël te horen dat het ook wel aan mijn taxistijl zou kunnen liggen. Dat ik mijn zware voet in de hand moet leren houden, is me al langer bekend. Maar nu ook mijn zware hand onder de voet houden…
Op het holdingpoint aangekomen, is de checklist afwerken een nieuwe ervaring. Onder de rode gloed van het bovenlicht ziet de cockpit er best gezellig uit en nu er verse lampjes achter het dashboard steken, zijn ook de instrumenten weer duidelijk afleesbaar. Alles verloopt vlotjes, want na slechts één schoonmaakbeurt van de bougies mort en bromt de motor niet meer, maar snort rustig verder. De ground wuift me vriendelijk door naar de tower, van wie ik onmiddellijk tot de actie mag overgaan.
Oplijnen is geweldig: alsof de rode loper uitligt. Zovele lichtjes voor en naast je, geven een feestelijk effect. Dan trottle naar voor en bij 75 MPH neus omhoog en het zwarte gat in. Weg lichtjes. Weg grond. Lang leve de kunstmatige horizon en het kompas! Hoewel het daarboven écht donker is, ga ik er zo steil mogelijk naartoe. Op mijn vorige vlucht had Daniël mijn ‘uitwijkmogelijkheden’ bekeken en was tot het besluit gekomen dat ik de vlieger, in geval van motorpech na take-off, maar op de ring rond Antwerpen moest placeren. Sindsdien oefen ik in mijn hoofd in het duiken onder bruggen, het ontwijken van verlichtingspalen, het zetten van een extra standje flaps om haasje over te doen met de bewegwijzering, maar heb toch niet veel vertrouwen in mijn James Bond-kwaliteiten. Dan maar de tweede mogelijkheid, namelijk klimmen aan best angle in de hoop iets meer hoogte te hebben wanneer het fatale moment zich moest voordoen. Voor mezelf heb ik reeds lang geleden uitgemaakt dat ik dan het Schoonselhof probeer te bereiken. De bewoners daar zullen het me niet kwalijk nemen wanneer ik hun dak afvlieg of hun eeuwige rust verstoor.
Boven de ring rechter bocht naar upwind en dan komt de stad tot leven. Alles schittert en fonkelt wit, geel en rood. Een overweldigend gezicht. De straten, de huizen, de haven, de traag voortkruipende auto’s. ’s Nachts zie je pas goed hoe alles leeft daar beneden. In downwind keert de nacht terug en trekken de autostrades kleurrijke strepen over de grond en bakenen zo mijn vliegdomein af. In baseturn stuur ik een bedanking naar de boer die zijn tomaatjes ook ’s nachts wil doen groeien. Zijn serre ligt als een grote lichttegel en een niet te missen beaken op het einde van base. Van de runway is nog steeds niets te zien. Pas bij het indraaien naar final komen de lichten uit het niets tevoorschijn en lokken me naar beneden. De piste ligt overduidelijk, maar duidelijk gekrompen, voor mijn neus. Waar bij een landing overdag het einde van de baan onopvallend aanwezig is, zijn de rode lichten nu het eerste wat me opvalt. Ik moet me dwingen om al niet voor de treshold naar de grond te gaan.
De schat op de toren biedt me een backtrack aan. Achteraf gezien een vergiftigd geschenk. Want, zoek je weg maar eens naar juliet zonder een lichtspoor op de grond. Ergens tussen die lampen aan de rand moet beton liggen ipv gras, maar dat verschil is pas te zien als je er met je neus bovenop zit. Toen mijn gevoel zei dat ik er ver was, zat ik bijna met mijn poten van de baan af. Mezelf vervloekend, met hartkloppingen en er vast van overtuigd de volgende keer de normale weg te volgen, vond ik uiteindelijk toch de afslag naar het holdingpoint, klaar voor het tweede circuit.
De wind die eerst al volledig cross zat, maar zich redelijk gedeinst hield, vond het nu het moment om aan sterkte toe te nemen. Deze keer was het hotsen en botsen boven de ring in plaats van te genieten van de verlichte stad. Ik liet me vangen door de windsterkte in downwind en had een eindeloze base nodig om dansend en zwierend in final te belanden. Voor alle veiligheid had de toren de lichten op de Krijgsbaan op rood gezet, zodat de wachtende auto’s een goed zicht kregen op mijn gevecht tegen de wind.
De vierde keer omhoog en deze keer zou ik me niet opnieuw laten vangen. In een heel dicht circuit was ik bijna op het einde van downwind, toen de lieve man me vroeg ‘O-AV, ready for baseturn to remain number 1’. Ja, wat doe je dan? Verstandig zijn en degraderen naar de tweede plaats of in baksteenstijl (het nachtcircuit ligt op 1500’) naar binnen donderen?
De wind is nu niet grappig meer. De vijfde en laatste keer begint het gevecht al op de grond. Ik sleur de RAV opnieuw het luchtruim in. Deze keer een voorbeeldig circuit. Draaiend naar base klopt er iets niet. Tot mijn ontsteltenis zie ik dat de boer gaan slapen is! Mijn grote zekerheid, mijn licht in de duisternis. Ze moesten hem een proces aandoen! Gelukkig is intussen ook het nachtelijk patroon van de buurt me goed genoeg bekend, dus, gene paniek en netjes indraaien voor de laatste nachtelijke schommelpartij en zachte landing van de avond.
‘Moe maar voldaan’, met witte knokels en een stijve knie ben ik weer een onvergetelijke ervaring rijker.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.